De Gorilla die een zwarte vrouw ontvoert (1859) is een beeld van Emmanuel Fremiet. Dat was een Franse beeldhouwer, die leefde van 1824-1910 in Parijs. Zijn roem was in die tijd veel groter dan nu. De bekendste Franse beeldhouwer uit de negentiende eeuw is op dit moment Auguste Rodin. Ik heb het beeld van de gorilla voor het eerst gezien in het museum waar ik werk, Beelden aan Zee, waar het beeld was opgenomen in de mede door mij gemaakte tentoonstelling Van Barye tot Bugatti. Les Animaliers (2011). Het beeld dat daar te zien was wordt in de literatuur genoemd: Gorilla die een vrouw ontvoert. Dit beeld is door Fremiet gemaakt in 1887. Het beeld uit 1859 is verloren gegaan: we hebben nog maar twee foto’s over van deze in gips gemaakte sculptuur. Fremiet maakt in 1887 een nieuwe versie, die afwijkt. Dit beeld werd toen hogelijk gewaardeerd, terwijl het beeld van 1859 gezien werd als een afschuwwekkend en lelijk ding.
Mijn proefschrift heeft als doel het beeld in allerlei aspecten te bespreken. De sculptuur is een aanleiding en hoofdonderwerp voor vijf verschillende hoofdstukken, die aspecten van de beeldhouwkunstgeschiedenis in relatie tot de Gorille-beelden belichten.

Ik wil begrijpen hoe Fremiet is gekomen tot de Gorille-N. en de Gorille-F. Een tweede even belangrijke vraag is hoe de beelden fungeerden, hoe zij werden gewaardeerd en geplaatst in de kunst van hun eigen tijd. Lastige vragen, want die zijn alleen te beantwoorden vanuit een indirecte bewijsvoering. (Fremiet heeft geen boeken geschreven over zijn gorilla-beelden, noch brieven, maakte nauwelijks mondelinge opmerkingen die allemaal zijn opgetekend.)

Om bewijzen te verzamelen moest ik te rade gaan bij de algemene literatuur en Fremiets biografieën. Ik moest onderzoeken hoe de gorilla zijn entree maakte in de westerse, Franse biologie, want hoe kon Fremiet anders weten van dit exotische dier? Ik moest de iconografie onderzoeken van de rapt, om te begrijpen hoe de kunstenaar zijn beelden ‘bedoeld had’ in relatie tot andere ontvoeringsscenes (waarin nooit een gorilla voorkomt). Als laatste wilde ik begrijpen waarom het ene beeld, de Gorille-N. een schandaal was, maar het andere, de Gorille-F. een succes. Daarvoor was het nodig om te zien wat auteurs uit de tijd zelf zeiden van de beelden.

Fremiet is een naam uit een (zeer recent) verleden, die in de modernistische kunstgeschiedenis liever niet weer werd opgerakeld. Het modernisme van de twintigste eeuw ziet de kunst en kunstenaars in de negentiende eeuw vooral als kitsch en hypocriet, een tijd die zij achter zich willen laten. Dit beeld bestaat wel, maar als we de historiografie bezien van de sculptuur, is het niet gerechtvaardigd. Het sculptuuronderzoek bestaat nauwelijks. Voor de modernisten wordt vooral Rodin als pionier aangewezen. Continuïteiten tussen negentiende en twintigste eeuw, in kunst en kunstenaarschap, worden niet benadrukt, vooral de tegenstellingen. 

De kunstgeschiedenis (van de negentiende eeuw) is een geschiedenis die vooral vanuit het oogpunt van het medium schilderkunst wordt geschreven. Als beeldhouwkunst centraal staat, ontstaat een ander beeld. Het kunstenaarschap is anders (het wordt meer een ‘merk’), de kunstwerken komen technisch anders tot stand (mogelijk in serie en in fabrieken) en zij hebben een andere functie, bijvoorbeeld als monument of als gebouwdecoratie. Beeldhouwers presenteren hun werk in halfvoltooide staat (gipsen in de Salon of Wereldtentoonstelling). Als er brood op de plank moet komen, trekken zij naar bouwplaats, atelier of bronsgieterij om als ambachtsman aan de slag te gaan. De uniciteit van kunstwerken komt door seriegieten in het gedrang. Kunstenaars maken hun eigen werk niet, maar laten in licentie gieten. Tegelijkertijd is Fremiet op zoek naar erkenning als kunstenaar, waarbij hij graag een schandaal op de Salon veroorzaakt. Hij houdt zich luw als het gaat om politiek, want in Frankrijk is elke 20 jaar weer een revolutie, maar hij is wel de maker van zwaar-ideologisch geladen beelden zoals de Jeanne d’Arc en de ridder Credo. Critici en auteurs willen graag een mythe scheppen over de kunstenaar en trachten hem te plaatsen in een gothic-wereld, of ze schilderen hem af als het voorbeeld van stabiliteit.   

Kortom, het is voor ons beeld van de negentiende eeuw bijzonder van belang om zo’n medium als sculptuur en zo’n onderwerp als de Gorille (-F. of -N.) centraal te stellen, omdat dat andere geschiedschrijving ontlokt, die een belangrijke wijziging of vervanging is van bestaande clichés. De ontwikkeling van Fremiet als kunstenaar in de Jardin des Plantes is in dit boek van belang. Fremiet was enigszins verstoken van de kunstwereld die met de Beaux-Arts was verbonden, maar dat weerhield hem niet van tentoonstelling op de Salon of het verkrijgen van staatsopdrachten.

Mijn aanvankelijke vragen waren gestoeld op onkunde, want het onderwerp van de gorilla is vanuit verschillende gezichtspunten goed te verklaren (bv. als reconstructie van een exotische of als verbeelding van een historische werkelijkheid). Het beeld is gewelddadig en een rapt. Dat sluit aan op een traditie in de kunst. De kunstenaar is in de vergetelheid geraakt, maar dat is het lot van een groot deel van de Franse negentiende-eeuwse sculptuur. 

Hoofdstuk 1 gaat in op de sculptuurgeschiedenis van de negentiende eeuw en de twintigste-eeuwse geschiedschrijving. Die geschiedschrijving neemt de negentiende-eeuwse sculptuur pas serieus vanaf 1986. Welke modernistische reserveringen waren er tegen de Animaliers en waarom verandert langzamerhand de aandacht voor de Animaliers en voor Fremiet?

Hoofdstuk 2 bespreekt de verschillende biografische bronnen die zijn overgeleverd over de kunstenaar Emmanuel Fremiet.  Hoe zijn literaire tradities en topoi van invloed op het levensverhaal van de kunstenaar?

Hoofdstuk 3 gaat in op de geschiedenis van de zoologie, de Parijse dierentuin, en de opleiding en opvattingen van Fremiet de beeldhouwer, die sterk waren gerelateerd aan wetenschap en biologie. De gorilla was immers ooit een onbekend fenomeen. Het was een dier dat in Gabon (Afrika) leefde, en in 1859 was er maar één levende gorilla in Europa, in een reizend circus in London. Fremiet was niet alleen een product van kunstopleiding, maar ook van de wetenschap. Dat is interessant en afwijkend, omdat wij (nu) wensen / denken dat een goed kunstenaar niet alleen een goede opleiding heeft gehad, maar ook een eigenzinnige en authentieke manier van werken zich eigen maakt. Fremiet wilde alles meten en weten, hij wilde liever precies en saai weergeven, maar soms schuwde hij de dramatiek niet. Waarom botst dat met ons kunstgevoel?

Hoofdstuk 4 gaat in op de iconografie van de rapt, de term die seksueel misbruik en ontvoering in één term samenvat. Ook hier is sprake van literaire tradities en visuele tradities, in de iconografie beschreven. Hoe staat de rapt in connectie met de entree van de gorilla in 1847 in de westerse wetenschap?

Hoofdstuk 5 is een analyse van een Duitse recensie, die kan worden gelezen als een metafoor voor de betrekkingen tussen Frankrijk en Duitsland (die zo slecht waren sinds de Frans-Duitse oorlog).

Algemene doelstelling:

Actualiseren van de beeldhouwer Emmanuel Fremiet in de kunstgeschiedenis, niet als rehabilitatie van de kunstenaar of als hernieuwde aanbeveling van zijn werk, maar als fenomeen dat ons nu dwingt de kunstgeschiedenis van de negentiende eeuw te herzien, door middel van een intensieve analyse van een specifiek deel van Fremiets oeuvre, namelijk de Gorille-N. en de Gorille-F.